Antonio Plácido Guillermo Gaudí y Cornet

Antonio Plácido Guillermo Gaudí y Cornet is geboren op 25 Juni 1852 in het Catalaanse plaatsje Reus.
Zijn vader, Francesc Gaudí i Serra, was een arme kopersmid.
De 11 jarige Gaudí heeft zijn middelbare onderwijs gevolgd aan de Collegi de les Escoles Píes in Reus, het oude klooster Sant Francesc. Hij was ontzettend goed in geometrie maar verder een stille en “gewone” leerling.

Toen hij 13 jaar was leerde hij Toda Güell kennen, ook hij houdt net als Gaudí erg van ontwerpen en zo maken ze samen een reconstructie van het klooster Poblet. Gaudí maakte de decors voor de theatervoorstellingen van school en maakte hij tekeningen voor het tijdschrift “El Arlequin”. Al snel was Gaudí’s liefde voor natuur en middeleeuwse kunst zichtbaar.

Gaudí had als kind al snel te maken met Reuma en kon hij niet veel met zijn vriendjes mee gaan spelen en was hij vaak alleen en ging dan vooral de natuur in. Hiermee heeft hij zijn liefde voor de natuur gekregen en haalt hij hier zijn inspiratie uit voor zijn ontwerpen. Gaudí maakt veel gebruik van Art nouveau/Jugendstil. In Catalonie noemen ze deze stijl het Modernisme Catala.

Gaudí is toen hij 17 jaar oud was in Barcelona komen worden voor zijn studie architectuur te volgen op de Escola Superior d´Arquitectura. In deze tijd had hij verschillende bijbaantjes bij verschillende architecten zoals Josep Fontseré en Francisco Paula de Villar om zo aan geld te komen. Zo ontwierp hij een aanlegsteiger, een poort voor een kerkhof en een ziekenhuis in Barcelona. Samen met Villar werke Gaudí dan ook aan het ontwerp van het klooster in Montserrat.

Gaudí was altijd erg op zichzelf en door de reuma aanvallen veel bezig met ontwerpen en studeren. Hij behaalt zijn architectuurdiploma op 15 Maart 1878. Zijn directeur Elie Rogent heeft gezegd; “He aprobado a un loco o a un genio”, Ik heb een dwaas of een genie laten slagen. Door zijn eigen stijl deed hij niet echt aan de voorwaarden en eisen van de opdrachten op school. Hij mocht een herkansing doen voor zijn examen door samen met 6 andere architecten mee te werken aan de fontijn Cascada in parc la Ciutadella. Hier mocht hij meebouwen aan de fontijn zelf en al het ijzerwerk toepassen. Hier mee is hij toen geslaagd.

Toen Gaudí aan de slag ging met grote projecten in de stad was Barcelona aan het groeien en er was een goede welvaart. Veel van Gaudí’s modernisme is dan ook in de wijk L’Eixample te zien, maar ook in o.a. Gracia en el Born zijn prachtige panden van hem te bewonderen.
Gaudí was ook altijd erg begaan met zijn arbeiders.

Hij heeft van in het jaar 1878 veel projecten aangenomen. Zo heeft hij toen de straatlantaarns ontworpen op Plaça Reial die in 1879 voltooid waren, en in hetzelfde jaar, 1878, is hij ook begonnen met het ontwerpen van een hoofdkantoor en een fabriek voor de arbeidersorganisatie “La obrera Mataronese” waar hij vlak na zijn studie lid van was geworden.

De bouw van Casa Vicens is begonnen in 1883 en werd voltooid in 1888. Casa Vicens is gebouwd voor tegelfabrikant Manuel Vicens i Montaner.

Tevens, in 1883, is hij begonnen aan el Capricho. De bouw was af in 1885. el Capricho is een excentriek zomerhuis voor de rijke heer, Maximo Diaz de Quijano welke de zwager was van Eusebi Güell. Het is een opvallend huis geworden in een groene omgeving. Gaudí koos voor groene geglazuurde tegels en opvallende zonnebloemen.

Ook in 1883 begon Gaudí aan Finca Güell. Het bestaande pand werd geheel verbouwd en daarbij werden paardestallen en een rijhal gebouwd. Eusebi Güell had dit stuk grond aan de rand van Barcelona geërfd van zijn vader en kocht er nog wat land bij. Hierna mocht Gaudí aan de slag. Om het pand, de Finca genaamd is samen met de stallen en tuinen omringd door een muur waaraan een portierswoning te vinden is. De toegandspoort is gemaakt van een stuk prachtig gietijzeren hekwerk en maakte tevens dit pand erg beroemd. In 1887 was het project af.

Het meest bekende werk van Gaudí is ook in 1883 begonnen. Het immense project, wereldberoemde en het toonbeeld van Barcelona la Sagrada Família werd overgenomen door Gaudí. De bouw was al gestart in 1882 en stadsarchitect Fransesc Paula del Villar mocht dit enorme project ontwerpen. Al in 1869 wou de zakenman Bocabella een kerk, school en opvangtehuis stichten voor de arbeiderskinderen. Dit project werd in 1882 gestart door Francesc. Tot 1900 werd deze kerk dan ook de “Kathedraal van de armen” genoemd. Na een jaar aan het project te hebben gewerkt werd het overgedragen aan Gaudí doordat tussen de opdrachtgever en de architect wat problemen ontstonden. Gaudí ging helemaal op in dit project en gebruikte weinig schetsen. Hierdoor is het dan ook erg lastig geweest om de bouw voort te zetten na de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) omdat er veel papierwerk was zoekgeraakt en vernietigd en er al niet veel was wat Gaudí op papier had gezet. Gelukkig kan toch de bouw doorgezet worden en dit door donaties van particulieren.

Hierna heeft Gaudí voor Eusebio Güell Palau Guëll ontworpen van 1886 tot 1891. Intelligente, culturele elite mensen moesten samen kunnen komen in een museumachtige omgeving. Het was een enorm project en zo kreeg gaudí hulp van zijn assistent Berenguer die hem hielp voor te bereiden en de schetsen te ontwikkelen. De ruimte was bijzonder klein om een Paleis op te bouwen en dus richtten ze zich vooral op het binnenwerk.

Van 1889 tot 1890 heeft Gaudí gewerkt aan Col.legi de les Teresianes. Door krappe fondsen kon dit werk niet worden voltooid. Gaudí moest hierdoor zich én inhouden met kosten te maken én wilde hij iets unieks neerzetten. Het pand is erg recht toe recht aan en de kapel die je kunt zien vanaf de straat is niet ontworpen door Gaudí zelf.

Gaudí was erg bevriend met bisschop Grau van Astorga. Hij was de priester uit de geboorteplaats van Gaudí, Reus. Zo vroeg de bisschop hem in 1889 Palau Episcopal te ontwerpen. Gaudí had het op dat moment te druk met Palau Guëll en de Sagrada Família. Toen de bisschop plotseling overleed is Gaudí onmiddellijk gestopt met de bouw en hebben andere architecten het overgenomen. Dit is voltooid in 1893 maar niet geworden zoals Gaudí het voor ogen had.

In 1888 begon hij aan Colegio Theresiano wat afgerond werd in 1890. Dit project mocht weinig kosten en zo is hier weinig van de extravagante stijl van Gaudí terug te zien.

Door de tevredenhied van Güell kwam Gaudí in contact met Fernández y Andrés van Leon, textielhandelaar en vriend van Güell. Hij mocht voor Fernández een groot herenhuis ontwerpen waar zij zelf konden wonen en de rest konden verhuren als appartementen. Fernández y Andrés (ook wel Casa de los Botines genoemd) diende in de kelder en op de begane grond als textiel opslag. Het huis is niet zo kleurrijk en uitgebreid als dat we van Gaudí gewend zijn. De bouw duurde van 1891 – 1894.

In 1898 wilde Güell naast zijn fabriek een arbeiderskolonie met een kerk gebouwd hebben. Gaudí vroeg hierbij weer zijn assistent Berenguer, maar Gaudí heeft de kerk wel zelf ontworpen. Het wordt de Cripta de la Colònia Güell genoemd. In 1915 was het voltooid.

Tevens in 1898 heeft Gaudí Casa Calvet ontworpen voor textielfabrikant Pedro Calvet. Met de bouw van dit huis kreeg Gaudí zijn eerste en enige openbare onderscheiding. In 1900 was de bouw af.

In 1900 begon Gaudí aan Bellesguard. Bellesguard was het zomerhuis van de laatste Catalaanse Koning Marti I. De buitenkant heeft een gotische stijl maar het dak, zolder en binnenplaats hebben een typische Gaudí stijl en door het ijzeren hekwerk en het gekleurde glaswerk is het een speciaal bouwwerk geworden. In 1909 is het pand voltooid.

In hetzelfde jaar, 1900, is Gaudí begonnen aan Parc Güell. In 1900 kreeg Gaudí de opdracht van vriend Eusebio Güell, en nog altijd één van de rijkste mannen van Catalonië om dit park te ontwerpen wat ooit als eerste instantie bedoeld was als een dorp voor het elite volk.

Van 1903 tot 1914 heeft Gaudí geholpen aan de veranderingen van Catedral de mallorca. De kathedraal moest verbeterd worden omdat volgens bisschop Pere Campins i Barceló er teveel dingen waren waardoor de kathedraal niet tot zijn recht kwam. Gaudí heeft een totaal nieuwe ruimte weten te maken met zijn trouwe medewerker Jujol. Zelf was Gaudí erg druk met de Sagrada Família. De verbouwing ging nie tgeheel zonder discussies, maar is uiteindelijk toch voltooid.

In 1904 mocht Gaudí het huis voor de familie Batlló ontwerpen. Gaudí besloot het huis te laten staan en niet te slopen en de eerste verdieping, de gevel en het dak aan te passen. De bouw was af in 1906.

Van 1906 to 1910 heeft Gaudí gewerkt aan Casa Milà, ook wel la Pedrera genoemd en is in 1984 erkend als werelderfgoed door UNESCO en werd in 1986 eigendom van de bank Caixa Catalunya die voor de aankoop en restauratie zorgde.

In 1909 werden de klaslokalen van de Sagrada Família gestart. In 2002 werd de hoofd gevel van de basiliek eraan geplaatst waardoor het sindsdien een vast stuk van de Sagrada Família is.

Gaudí werkte zijn laatste jaren hard aan de Sagrada Família. Vaak had hij een vaste wandelroute er naar toe. Zo liep hij vaak over de Gran Via de les Corts Catalanes en stak hij de Carrer de Bailén over. Op dit punt is hij op 7 Juni 1926 aangereden door een tram die hierna niet stopte en gewoon doorreed. Gaudí lag bewusteloos op de grond en zelfs de drie taxi’s die voorbij reden stopte niet om de oude man te helpen ondanks zijn sjofele kleding. Men bracht hem naar de eerstehulppost aan de Ronda de Sant Pere wat op dat moment het dichtste bij was. Van daaruit werd hij naar Hospital de la Santa Creu, het armenziekenhuis gebracht waar twee van zijn werknemers hem vonden. Omdat Gaudí namelijk niet op het werk kwam opdagen begonnen een aantal van zijn werknemers een zoektocht. Monseigneur Gil Parés en de architect Domènec Sugrañes i Gras vonden hem in het hospitaal en wilde hem over laten brengen naar een kliniek wat voor de rijkere was. Gaudí weigerde dit en zei; “Mijn plaats is hier, tussen de armen”.
Op 10 juni 1926, drie dagen later, overleed Gaudí.

Geef een reactie